Cha-cha

De Cha cha wordt in de volksmond voornamelijk cha-cha-cha genoemd, vanwege het gelijknamig gedanste ritme. In 1951 speelde componist en violist Enrique Jorrin met het Orquesta América de Cha-cha-cha in Cuba, waar het al snel werd opgepakt door de dansers. Het geluid van hun bewegende voeten klonk als “cha-cha-cha” terwijl ze probeerden het nieuwe ritme te volgen, waarbij ze hun passen van de mambo probeerden toe te passen.

Door het langzamere tempo (dat van de langzame mambo) en het specifieke ritme in de muziek werd het in eerste instantie de “triple” mambo genoemd. Later is het een aparte dans geworden, die nu bekend is als de Cha-cha. De dans bevat drie snelle passen (‘triple step of Cha-cha-cha genoemd), gedanst op de telling vier-en-één in de maat, en twee langzamere passen op de tweede en derde tel in de maat. Het tempo van de Cha-cha is ongeveer 128 bpm, de gemiddelde snelheid voor een latindans. De huidige Cha-cha is gevormd in de competities van de jaren 60, door onder andere Walter Laird.

 

DansPromotie NL